Geneeskundecurriculum De Nieuwe Utrechtse Arts (DNUA)
Voor docenten, begeleiders en beoordelaars
De Nieuwe Utrechtse Arts leidt geneeskundestudenten op voor de zorg van morgen. In september 2026 starten zowel bachelor- als masterstudenten met dit vernieuwde curriculum, dat is gebaseerd op de principes van De Nieuwe Utrechtse School: samenwerking, maatschappelijke impact en academische vorming.
Op deze pagina vind je algemene informatie over De Nieuwe Utrechtse Arts, plus informatie, documenten, kennisclips en e-learnings die je nodig hebt als docent, begeleider of beoordelaar.
Over de opleiding
Bachelor
In de bachelor DNUA leren studenten stap voor stap wat het betekent om arts te zijn. Ze bouwen een stevige basis op in medische kennis en vaardigheden en leren deze vanaf het begin toe te passen op echte patiëntvraagstukken. Daarbij kijken ze niet alleen naar ziekte, maar ook naar de patiënt, diens omgeving en de mogelijkheden voor preventie en herstel.
In jaar 1 en 2 staat de basis centraal. Vanuit patiëntcasussen verdiepen studenten zich in de verschillende orgaansystemen en verbinden zij kennis uit bijvoorbeeld anatomie, fysiologie en pathologie met de klinische praktijk. Klinisch redeneren loopt hier als een rode draad doorheen. Studenten leren daarnaast communiceren, medisch-technische vaardigheden toepassen en zich ontwikkelen als academisch en professioneel gevormde toekomstige arts.
Het onderwijs is afwisselend en kent verschillende vormen: geïntegreerde kennisblokken, vakoverstijgend onderwijs, step-backweken en longitudinale leerlijnen. Zo krijgen studenten ruimte om kennis te verwerven, te oefenen, te verdiepen én te reflecteren op hun eigen ontwikkeling.
In jaar 3 verschuift de focus naar complexere vraagstukken en de praktijk. Studenten verdiepen zich in complexe en ethische medische problemen, ontwikkelen hun wetenschappelijke vaardigheden en werken aan hun bacheloreindwerk. In Leren Coschap Lopen ervaren zij bovendien hoe het is om als student geneeskunde te leren en te werken in de zorgpraktijk, zowel binnen als buiten het ziekenhuis.
Gedurende de hele bachelor ontwikkelen studenten zich op het gebied van klinisch redeneren, farmacologie en farmacotherapie, academische vorming, persoonlijke en professionele ontwikkeling, communicatie en medisch-technisch handelen.
Master
In de master DNUA staat de stap naar het zelfstandig functioneren als arts centraal. Studenten leren steeds meer verantwoordelijkheid te nemen voor de zorg aan patiënten en ontwikkelen zich tot professionals die niet alleen medisch deskundig zijn, maar ook oog hebben voor de patiënt, diens context en de samenleving.
In masterjaar 1 en 2 staat leren op de werkplek centraal. Studenten lopen langere tijd coschappen op één locatie en maken kennis met de verschillende kanten van het medische werkveld. De coschappen zijn georganiseerd in drie LINKs: Beschouwend, Perioperatief en Mens, Maatschappij, Mentaal (MMM). Binnen deze LINKs doen studenten ervaring op in onder andere interne geneeskunde, neurologie, kindergeneeskunde, chirurgie, gynaecologie, huisartsgeneeskunde, psychiatrie en public health. Er is daarnaast ruimte om eigen keuzes te maken en andere vakgebieden te ontdekken of zich verder te verdiepen.
Elke LINK begint met drie weken voorbereidend onderwijs. Hierin verdiepen studenten hun medische kennis, oefenen zij klinische vaardigheden en bereiden zij zich breed voor op het coschap. Tijdens de coschappen wisselen terugkomdagen en zelfstudie elkaar af. Zo kunnen studenten ervaringen uit de praktijk verbinden aan hun kennis en leerdoelen.
Studenten krijgen daarnaast ruimte voor verbreding en verdieping. In masterjaar 2 biedt het project DNUS de mogelijkheid om interdisciplinair te werken aan maatschappelijke vraagstukken. Ook zijn er twee keuzeperiodes waarin studenten kunnen kiezen voor een coschap, wetenschappelijke of onderwijskundige stage, eventueel in het buitenland.
Masterjaar 3 staat in het teken van verdere verdieping en verbreding. Studenten nemen steeds meer verantwoordelijkheid en kunnen zich verder ontwikkelen op het gebied van de beroepspraktijk, wetenschap en/of onderwijs.
Gedurende de hele master blijven farmacologie en farmacotherapie en de longitudinale leerlijnen doorlopen. Feedback op de werkvloer, Entrustable Professional Activities (EPA’s) en professioneel gedrag vormen belangrijke onderdelen van de beoordeling. Studenten worden bovendien actief ondersteund bij het richting geven aan hun eigen ontwikkeling en leren.
Toetsen en Beoordelen in de masteropleiding
In de masteropleiding wordt gewerkt met high-volume low-stakes beoordelingen. Dit houdt in dat studenten gedurende langere tijd meerdere datapunten verzamelen (zoals observaties, feedback en reflecties), die samen een rijk beeld geven van hun ontwikkeling. Het portfolio (in het platform eJournal) vormt hierbij het centrale instrument waarin deze informatie wordt gebundeld. De portfoliobeoordelingscommissie (PBC) speelt een centrale rol in de summatieve beoordeling van studenten door hun portfolio’s als geheel te beoordelen en op basis daarvan een integratief besluit te nemen over het toekennen van de studiepunten.
Informatie eJournal
Bedankt voor uw reactie!